langzaam loopt ze naar de zee

kijkt, huilt, is even weg in de verte

langzaam draait ze zich af van de zee

loopt zacht over ít strand naar de duin

langzaam daalt ze neer op ít zand

ziet hoe de wolken haar passeren

langzaam werpt ze haar zuchten in de lucht

schenkt haar rug ín bodem van stof

langzaam sluit ze haar ogen, duikt in ít donker

stilte neemt haar lichaam in zich

langzaam glijdt ze weg in ín diepe slaap

zachte zilte dromen ontfermen zich over haar

langzaam schijnt de zon over ít strandzand

verwarmd geleidelijk haar slapend lichaam

langzaam gaan haar dromen over in beelden

sidderend glijdt de warmte door haar bloed

langzaam verharden haar tepels,

haar rug kromt zich, haar benen spreiden zich licht

langzaam gaan haar handen zoeken onder het stof

wat haar lichaam bedekt tegen de ogen van de meeuwen

langzaam glijden haar vingers over haar borsten,

ontmoet haar hand het gezwollen rotspuntje

van haar eigen zee vol genot

langzaam gaan allen op, in het ritme van de golven

drijven haar gedachtes weg in een sidderende snaar

langzaam verstrijkt de tijd in de niet aanwezigheid

leeg en ontspannen laten allen elkander los

langzaam valt het lichaam in ít zand weg

als stof verdwijnt ze in haar gedachtes

langzaam staat ze op, laat haar kleren zakken

naakt gaat ze over ít strand naar de zee

langzaam verdwijnt ze in ít zilte zoute zeewater