de ene dichter observeert

en legt de wereld om hem heen neer

in prachtige zingende zinnen,

woorden die dansen in de golven

van het gedicht.

de andere dichter zwemt

in zijn hoofd vol gedachten

gestoeld op de ontstane wereld

in hem, gefilterd door ín zeef

van tijd waarbinnen zij is ontstaan.

beiden trachten de wereld

buiten en in hem te bevatten

met zwijgende woorden

op dansende zinnen.