'n ogenblik mocht ik je ontmoeten

werd gevangen in jouw spiegel

welke zich toonde aan mij

 

verwarring, beroering, afstoting, verontwaardiging,

aantrekking, beangstiging, aanraking,

vervoering, . . . . . . .


 

'n ogenblik werd 'n weerkaatsing

in de spiegel waar genomen

niet jouw projectie is wat je zag

maar even mocht je haar spiegeltje

in haar zelve zien . . . . . . .

 

verwarring, beroering, afstoting, verontwaardiging

aantrekking, beangstiging, aanraking,

vervoering, . . . . . . .


 

'n ogenblik ben je stil

door de schoonheid

welke zich toont

niet laat afleiden of verbergen

door de mimiek van . . . . . . .


 

verwarring, beroering, afstoting, verontwaardiging,

aantrekking, beangstiging, aanraking,

vervoering, . . . . . . .


 

binnen 'n ogenblik zag je haar,

vond je haar

ervoer je haar

verloor je haar