ít strand is bezaaid met flessen, uit zee

wit, geel, groen glas, etiketloos, met kurk

gevuld met brieven vol dromen

dromen van en over de ander

de ander neemt ín fles, opent

leest de brief vol dromen

over hem, over haar, over hen

zilte tranen glijden naar beneden

illusies verdrinken in ongeboren gedachtes

iets laat zich even voelend zien

voordat het weer weg kruipt,

de fles wordt meegenomen, ook de brief

de laatste veranderd boven op ít strandpad

in ín propje, de fles stort neer in de glasbak

leeg lopen zij samen naar huis