stilte


 

 


 

 

plons trilt kringen

ronddraaiend

uitzaaiend

stralend

rimpelend

vangend m地 oog

地 moment van eeuwigheid

gevangen houdend

tot gedachte

denkend evoluerend

tot niets

iets

was vergetend

zich vragend

gelovend hopend

teleurstellend verwachtend

op verlossende woorden

doch de taal is arm

omhooghoudend

neerstrelend

op de grond

vergaand tot aarde

stof

dwarrelend

neerkomend op 地 kiemend

zaadje

versmeltende cellen

verwikkelend

zich in cocon

groeiend geboren zijn

vlinderen

stralend

vliegend vrijdag

door lucht

boven zee

in 地 oase

van leegte

stil hangend

in de tijdelijkheid

van het bestaansrecht

op ademende

grootheid

verwondering

verwonderd

met traan

vallend

in 地 stilte


 

 


 

 

stilte


 

 


 

 

plons . . . . . . .