. . . . . . . 'gedichten' neergelegd tussen 1995 en 2000 . . .

 

 

mijn vader is ziek

stiekem ziek

iedereen weet het

behalve ik

ik ben pas vier

 

mijn vader is ziek

raar ziek

iedereen ziet het

behalve ik

ik heb veel plezier

 

mijn vader is ziek

boos ziek

iedereen ziet het

behalve ik

ik zie geen zier

 

mijn vader is ziek

doodziek

iedereen ziet het

behalve ik

ik voel het hier!


 

 


 

 


 

 


 

ik ben tien

heb het wel gezien

tekenen kan ik niet

de rest interesseert me geen biet

ik wacht op de puberteit

heb alle tijd

dag mees, dag juf

mijn broer is al aan de stuff

mijn zus ligt al op d'r rug

verdomme, ik ben nog een mug

zeggen beiden tegen mij

ik wacht geduldig in de rij

op de puberteit

heb alle tijd


 

 


 

 


 

 

 

 


 

lief musje

een alledaags vogeltje

doch bijzonder in zijn eenvoud

een hartverwarmend tafereel leverend

in een grauwe wereld.


 

 


 

 


 

 

 


 

waarom?

waarom slapen papa en mama niet samen?

waarom huilt papa tegen de ramen?

waarom is mama steeds zo stil?

waarom hoor ik soms een gil?

waarom loopt papa boos uit huis?

waarom is mama dan zo stil als een muis?

waarom?


 

 

waarom?

waarom slaapt papa niet meer bij ons?

waarom hoor ik steeds in mijn oren gegons?

waarom huil ik, als ik alleen ben?

waarom geloof ik nog in hen?

waarom wil ik dat zij samen zijn?

waarom zit ik in de trein?

waarom?


 

 


 

 


 

 


 

dood

meneer dood?!

mevrouw dood?!

kindje dood?!


 

dood

wie ben jij?

wat doe jij?

waar woon jij?



 

dood

waarom is "pammie" dood?

waarom gaat papa dood?

waarom ben jij niet dood?


 

 


 

 


 

 

 


 

papa schreeuwend

mama luisterend

papa slaand

mama fluisterend


 

mijn hoofd klopt

mijn hoofd springt

 

er wordt gestopt

stilte dringt


 

 


 

 

 

ik water

plassend

in bad


 

bad stroomt over

varend op het water naar Dover

niemand hoort mijn geluid


 

iedereen schakelt zijn oren uit

huilend beland

ik in wakkerland


 

ik water

huilend

in bed


 

 


 

 


 

 


 

trein

mijn maag draait

wel eens

als twee treinen

elkaar passeren

 

ik vraag me dan af

als ik er tussen loop

hoe zal de wind mij

dan masseren


 

 


 

 


 

 


 

ik wandel al lopend

over het zebra-pad

zijn strepen


 

ik slinger al slopend

luchtig, doordat

ik ben gegrepen


 

hij rijdt rond

ik nu ook!


 

 


 

 


 

 


 

brief

papier

 

brief

letters

 

brief

woorden

 

brief

zinnen

 

brief

ik heb je lief


 

 


 

 


 

 


 

ik schop tegen een bal

het is de buurjongen

ik geef hem een knal

zijn gezicht is verwrongen

 

tranen rollen over zijn wangen

een voldaan gevoel rekt zich in mij

nog een paar woorden om hem te stangen

mijn woede zakt en laat mij vrij

 

spijt overvalt mijn hoofd

vrede zoekend rijk ik mijn hand

buurjongen van allure beroofd

pakt mijn hand die nog brandt


 

 


 

 


 

 


 

ik fiets

wielend

op 'n fiets


 

wind passerend

gezicht masserend


 

op 'n fiets

wielend

fiets ik


 

 


 

 


 

 


 

't schaap - Texel

 

rond, wollig

blèrend

wandelend

grazend

weiden vullen

 

rond, wollig

blèrend

scherend

grazend

dekbedden vullen

 

rond, wollig

blèrend

bloedend

grazend

borden vullen


 

 


 

 


 

 


 

opa en oma komen ons ophalen

enkele nachtjes logeren

spelen tussen de schapen

 

opa en oma vertellen ons verhalen

over pippeloentje beren

verhalen voor het slapen

 

opa en oma hebben nooit de balen

om ons iets te leren

samen tijd bij elkaar schrapen


 

 


 

 


 

 


 

ik ben vijf

el al geen kind meer

papa ziek

mama werkt

 

ik ben vijf

en al geen kind meer


 

 


 

 


 

 


 

dit wordt een gedicht over een schaap

het schaap van boer Hendrik Draap

is zwart en wit

met een ongelooflijk mooi gebit

niet gekleurd apart

maar wit en zwart

daar heeft het schaap moeite mee

hij hoort bij geen van twee

zoekend naar identiteit

wordt hij tot geweld verleidt

niet aanvaard door de ene kant

ook niet met de ander verwant

wordt hij de wei ingestuurd

door andere schapen op afstand begluurd

verliezend in eenzaamheid

stapt hij in zijn identiteit

niet wit, niet zwart

maar zwart-wit


 

 


 

 


 

 


 

trein

er zitten

meestal wel

veel mensen

in de trein

als ik

hun gezichten zie

denk ik

"ze doen het niet

voorde gein"


 

 

trein

achterwaarts passeren

de beelden sneller

dan voorwaarts

(trein is leven)

zittend,

verplaats ik me

langs twee horizonnen

alwetend

dat er maar één is



 

trein

zowel voorwaarts

als achterwaarts

bewegend

word ik vervoerd

naar mijn bestemming

die voor mij

vast ligt

 

 


 

trein

geen vlinder

zal ze worden

die gele rups


 

 


 

 


 

 


 

flesch gevonden

schatkaart aangespoeld

zeven kindermonden

in een cirkel gestoeld

pratend over wat te doen

besluiten genomen

op jacht naar de poen

stappend in jonge dromen

met de kaart in de hand

collectief gevormd

struinend over het strand

een vestiging wordt bestormd

Duitse toeristen worden geveld

dikken buiken worden gerooid

112 wordt gebeld

op het strandheeft het gedooid


 

 


 

 


 

 


 

ik maak een gedicht

ze is ritmisch gericht

ze heeft een klankrijk gewicht

ze bestaat uit 'n cliché - bericht

dit is mijn gedicht

ik kan rijmen

zonder te slijmen

zelfs dichten

zonder mijn neus te richten

of

mijn hemd op te lichten

of

zonder jou te ontwrichten

of

. . . . . . .

 

 

een onzingedicht is niet zo

maar neergeschreven

je moet wel de woorden bezitten

om een onzingedicht te verheffen

tot een onzinnige inhoud

waarvan jij, lezer niets van snapt

ik kan rijmen en dichten zonder

mijn hemd op te lichten, dit is gegapt


 

 


 

 


 

 


 

een boek vol letters

wilt papier met zwarte spetters

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

in mooie volzinnen neergezet

wachtend op glinsterende ogen

om al het geschrevene

te verslinden en te verheven

tot kunst

dat is de schrijversgunst


 

 


 

 


 

 


 

papa

is lief

papa

houdt van mij

papa

speelt met me

papa

wast me

papa

stopt me in bed

papa

leest voor

papa

doet me pijn

mama!

waar ben je?


 

 


 

 


 

 


 

er liep een boer in de stal

hij kreeg een gigantische knal

van het paard wat daar stond

de boer kwam te dicht bij haar kont


 

 


 

 


 

 


 

ik heb het bewezen

ik kan lezen

ik ben 10 jaar

en lees

al als een kind van 7

het is echt waar

na 4 jaar

kan ik eindelijk lezen
 

 

vind ik dit zelf

is het niet iets

wat de school vindt

is het niet iets

wat mijn ouders vinden


 

ik ben nu

een gelukkig kind

en bijna 11


 

 


 

 


 

 


 

ik ben elf jaar

onder mijn oksel

verschijnt een haar

de meester zegt

dat het een gebaar

is richting puberteit


 

ik vind het maar raar


 

er verschijnt ook haar

op een plaats

waarvoor ik me nu schaam

het is schaamhaar

zegt mijn meester


 

klopt, denk ik

ik schaam me voor dat haar


 

wat en gedoe allemaal

in en met mijn lichaam

zo is ze nog kaal

en dan vol

waarvoor ik me schaam


 

 


 

 


 

 


 

't circus komt in de stad

bewegend, ronddraaiend rad

opgesloten dieren, gedresseerde mensen

weerspiegelen de kijkenden hun grenzen

kinderen, dieren, ouderen in een tent

't leven krijgt eventjes de waarde van een cent

't circus komt in de stad

bewegend, rondraaiend rad


 

 


 

 


 

 


 

tv - kijkend

mijn geest verrijkend

met waanbeelden

van gehele deelden

uit de werkelijkheid gesnapt

emoties doortrapt - afgetapt

uit menselijk leed

immer tv-camera gereed


 

 


 

 


 

 


 

de tent

hij staat

de tent

hij stond

de tent

zij gaat

de tent

zij was blond